Het verhaal achter...

 

o-Sensei

Tatsuo Suzuki

Hanshi

 

Als je een beetje het karakter van Tatsuo Suzuki wilt begrijpen, kun je het beste kijken naar de plaatsen waar, en tijden waarin hij heeft geleefd. Hij werd geboren in een turbulente periode van de Japanse geschiedenis. Zijn land begon nog maar net in een versnelling van de industriële revolutie te raken, toen Tokio werd getroffen door een vreselijke natuurramp: de aardbeving van 1923. Deze aardbeving was zo zwaar dat de branden die hierdoor werden veroorzaakt vijf dagen lang bleven woeden. Gedurende een periode van meer dan tien jaar kon dit gebied niet eens meer in eenvoudige gemeentelijke diensten voorzien. Shihan Suzuki’s jeugd speelde zich af in een tijd waarin een wereldwijde expansiedrang plaatsvond. Zijn jaren als tiener werden overschaduwd en getekend door de Tweede Wereldoorlog. Als tiener begon hij zijn training terwijl zijn land door de oorlog werd verscheurd. Toen hij een jonge man werd, probeerde hij zijn identiteit te vinden in de wederopbouw van het naoorlogse Japan.

 

 

 

Soke:

Wado International Karate-do Federation W.I.K.F.

O-sensei / Professor Dr. Tatsuo Suzuki, Hanshi

Geboren: 27 april 1928 te Yokohama, Japan

 

Shihan Suzuki werd geboren in het begin van het ‘Showa regime’. Hij werd geboren in Yokohama, een forenzengemeente van Tokio. De verwoesting door de aardbeving was zo groot dat de regering zelfs moest aankondigen dat Tokio de hoofdstad van Japan zou blijven. Het weder opbouwen van Tokio en de gebieden daaromheen zou langer dan tien jaar duren. Het geboorte jaar van Shihan Suzuki, 1928, was één jaar na de ‘Great Panic’, een crisis in het bankwezen die ongeveer vergelijkbaar is met de grote depressie die in Europa en de Verenigde Staten plaatsvond. Tussen 1925 en 1930 daalde het modale inkomen op het platte land met een derde, waardoor de financiële situatie daar, die toch al niet zo best was, nog meer verslechterde. Het land, dat overigens al arm was, werd in sommige gebieden nog behoeftiger. In deze tijd werd Shihan Suzuki dus geboren. De hoofdstad was geruïneerd en de rest van het land verkeerde in grote financiële nood. Onder deze omstandigheden verkeerde zijn land op de rand van een imperialistisch pad dat tot nog grotere opschudding zou leiden. Al deze gebeurtenissen waren de voorbode van veel pijn en opschudding die de achtergrond van Suzuki’s puberteit zouden vormen. Het is dan ook geen wonder dat hij aan een opleiding in de krijgskunst begon.

 

 

Zoals zoveel Japanse jongeren, kwam ook Shihan Suzuki in aanraking met Kendo en Judo. Maar al snel ontwikkelde hij een voorliefde voor Karate, waarin hij het gevoel had dat de uitkomst van een ‘strijd’ nou eens niet bepaald werd door de lengte of het gewicht van een persoon. Shihan Suzuki vertelt: In Judo heb ik gezien dat de kleinere heel gemakkelijk door de grotere mensen worden verslagen. Ikzelf ben niet zo groot, maar met karate kreeg ik de mogelijkheid om de grotere mensen te verslaan. Karate bood me dus de vaardigheden die ik dacht nodig te hebben. Ik kwam erachter dat het geheim van karate niet zit in de kracht, maar in de techniek, en dat gecombineerd met snelheid. Het trainen van karate gaf mij, een kleiner persoon, een hele goede kans. Daarom ben ik het gaan bestuderen. Zijn eerste leraar was Kimura Sensei, één van Ohtsuka Sensei’s beste studenten. Om zijn techniek goed te ontwikkelen, besteedde Suzuki Shihan iedere vrije minuut die hij had aan zijn training. Toen Shihan Suzuki zijn karate training met Kimura Sensei bij de Yokohama YMCA begon, had Ohtsuka Sensei nog maar een paar jaar daarvoor de naam ‘Wado’ karate officieel laten registreren. Japan was zich op dat moment op de oorlog aan het voorbereiden. Overal in het land begonnen jonge mannen verschillende soorten krijgskunsten te beoefenen. Toen de oorlog begon, werd deze training nog intensiever. Probeer je eens voor te stellen in een Dojo te trainen waar veel van de studenten denken dat ze over een paar maanden zullen sterven … Waar jonge tiener jongens, die niet veel ouder zijn dan hemzelf, ziet vertrekken om een onzeker leven en misschien zelfs de dood tegemoet gaan. Deze studenten hielden niet veel rekening met persoonlijke veiligheid tijdens de training. Shihan Suzuki was een jongen in een volwassen wereld waarin hij gebroken zou worden of waarin hij een ijzeren wil zou moeten ontwikkelen om te overleven. Zijn toewijding tot het trainen kwam voort uit pure noodzaak. Voordat Shihan Suzuki met zijn karateles begon, vertelde Kimura Sensei hem dat het aantal leerlingen binnen een paar maanden zou verminderen tot er maar drie of vier zouden overblijven. Shihan Suzuki besloot op dat moment dat hij niet zou opgeven. Het was belangrijk om deze uitdaging te accepteren. Hij was niet groot, maar hij kon hard trainen en daarin tot het uiterste gaan. Suzuki zei tegen zichzelf dat als hij niet hard zou trainen, hij niet tegen de anderen zou zijn opgewassen. Hij zou ze niet in een strijd kunnen verslaan tenzij hij harder dan de rest zou trainen. Shihan Suzuki vond dat hij twee of drie keer zo veel zou moeten trainen dan de anderen zolang hij nog jong was. Hij was altijd aan het trainen voor kracht, aan het trainen om met kracht te vechten. Shihan Suzuki zegt dat hij nu wel inziet dat kracht maar één onderdeel van het geheel is. Hij vindt dat hij toen hij jong was, de belangrijkheid van kracht verkeerd begreep. Het zit hem niet alleen in kracht of hoe sterk je bent, maar ook hoe je kracht kunt vergroten, namelijk door middel van focus en concentratie. De vergroting van of de toename van kracht gebeurd vanuit je centrum. Het is belangrijk wanneer je je centrum gebruikt om je kracht te vergroten, en ook te ontspannen als je aanvalt en zelfs als je blokkeert. Voordat je wat voor aanval of blokkering ook uit gaat voeren, moet je altijd ontspannen. Kracht explodeert. Als je op dat moment aanvalt of blokkeert, zal alle kracht vanuit je centrum naar het raakpunt vloeien. Daarna moeten je spieren ontspannen, terwijl ze wel alert blijven voor een volgende uitdaging. Deze strenge training zette zich gedurende de hele oorlog voort en ging ook gedurende de eerste tijd van zijn ‘college training’ nog door. Na de oorlog kreeg Suzuki de 5de Dan toegekend, ondanks zijn protesten, hetgeen hem op jonge leeftijd al een van de senioren binnen het Wado karate maakte. Het is zelfs zo dat er, toen hij naar de Nihon universiteit ging, een aantal hogere medestudenten zijn leerlingen waren voordat de colleges begonnen. Waarschijnlijk stond Suzuki onder zware druk om te presteren.

 

 

Nihon University Tokio

 

Het is zelfs zo dat er, toen hij naar de Nihon Universiteit ging, een aantal hogere medestudenten zijn leerlingen waren voordat de colleges begonnen. Waarschijnlijk stond Suzuki onder zware druk om te presteren. Nu kon hij de vruchten van zijn vroegere training plukken. Op de universiteit werd hij bekend als ‘de Grote Meester van de Sokuto’ Als hoogste lid van de Nihon universiteit karate club had hij een reputatie opgebouwd omtrent zijn capaciteiten in schoptechnieken. Hij specialiseerde zich in de Sokuto-Geri en zijn uitvoering was zo snel en krachtig dat de techniek als snel bekend werd als ‘Suzuki’s Sokuto’. Gedurende Suzuki’s Sensei’s tijd op de universiteit vonden er bij wijze oefening uitwisseling wedstrijden plaats tussen de karateteams van de universiteiten. Tijdens deze wedstrijden deden beide teams hun best om te winnen en bekeken daarbij tegelijkertijd de technieken van hun tegenstanders. Het doel van deze ‘wedstrijden’ was om de technieken van de tegenstander te leren kennen, zodat ze defensieve technieken konden ontwikkelen om zich te kunnen verdedigen. Er waren geen regels, alleen wanneer iemand neergeslagen werd of wanneer iemand het opgaf, werd een winnaar aangewezen. Terwijl hij op de universiteit zat, deed Shihan Suzuki mee aan een ‘uitwisselingstoernooi’ dat jaarlijks werd gehouden tussen de Nihon universiteit uit Tokio en een ander opleidingsinstituut in de Kansai regio uit het westen van Japan. ‘Suzuki’s Sokuto’ was zo effectief dat hij iedere leerling in de Dojo versloeg, hetgeen een grote eer was voor hem en zijn team. Zodra Suzuki’s schop de tegenstander raakte, werd deze door de kracht hiervan gedwongen om vanaf het middel voorover te buigen. Alle leden van het andere team zaten met verbijstering toe te kijken hoe Suzuki hun team met zijn schoptechniek onderuit haalde. De coach probeerde hen nog aan te moedigen maar dat haalde niets meer uit. Deze nederlaag was zo verschrikkelijk dat deze school gedurende het hele jaar erna alleen maar de Suzuki Sokuto trainde. Dit was een fantastische tijd voor Hanshi Suzuki, eigenlijk vond hij het de beste training om elke dag met collegestudenten te werken en om de bergen in te trekken om te trainen. Het was ook in deze tijd dat hij ‘Zen’ studeerde in de Ryutakuji tempel en dat hij stokvechten bestudeerde.

 

 

Hironori Ohtsuka, Meijin &

Tatsuo Suzuki, Hanshi

 

Nadat hij de beroepsopleiding had afgemaakt, keerde hij terug naar Hamamatsu om scholen en colleges in dat gebied te openen. Terwijl hij zich bezig hield met het lesgeven van deze studenten werd hij in 1964 door Grootmeester Hironori Ohtsuka gevraagd om de heren Arakawa en Takashima te begeleiden in het verspreiden van het Wado karate over de wereld. De plaatsen waar zij als eerste hun demonstraties gaven, waren o.a. San Franisco en de World Fair in New York in de Verenigde Staten, gevolgd door een bezoek aan Londen. Na de demonstraties in Londen in 1965 werd Suzuki Sensei gevraagd terug te keren en les te gaan geven in Europa zodat ook daar het Wado karate verspreid kon gaan worden. Suzuki Sensei werd de leider voor alle Japanse topinstructeurs in Europa.

 

In 1975 werd aan Suzuki Sensei de titel ‘Hanshi’ gegeven door de oom van de keizer van Japan. Deze grote eer, gezamenlijk met zijn promotie door de ‘Federation of All Japan Karate Organisation Wado-Kai (F.A.J.K.O.) naar de 8e Dan, illustreerde Tatsuo Suzuki’s plaats als een ware leider en meester van karate. In de navolgende jaren werd hij over de hele wereld bekend. Iedereen die Wado karate beoefent, kent de naam Tatsuo Suzuki.

 

Zijn vroege levensjaren van ontberingen en tegenspoed en de moeilijke trainingen in de Dojo als jongeling hebben zijn karakter zeker beïnvloed. De omstandigheden op de plaats waar hij geboren was, hebben zeker een hand gehad in zijn vroege voorliefde voor het trainen van krijgskunsten. Nu hij overal in de karatewereld bekend is, hebben veel mensen Shihan Suzuki verteld dat het niet meer nodig is om zo veel te trainen. Karateleraren die twintig jaar jonger zijn dan hijzelf verklaren dat het veel te moeilijk is om je hele leven lang op een hoog trainingsniveau vol te houden. Toch is Shihan Suzuki’s filosofie erop gebaseerd dat krijgskunsten harde training over een langere periode vereisen. Deze inspanningen moeten steeds dieper gaan en toenemen binnen een persoon. Shihan heeft uitgelegd dat het zwaartepunt van de training wel kan verschuiven van pure lichamelijke training naar mentale training van de geest; maar de training zet zich wel voort. Hijzelf gaat door met trainen, in China, in Japan, er is altijd wel iets nieuws te leren.

 

 

Omdat hij de hele wereld over gereisd heeft en omdat hij het beste zowel het slechtste op het gebied van karate heeft gezien, leek het ons gepast om een aantal van Shihan Suzuki’s opmerkingen betreffende de wedstrijd karate op te schrijven.

 

In de ‘vechtsport’ zal een wedstrijddeelnemer de top van zijn uithoudingsvermogen na ongeveer twintig jaar trainen bereiken. Als je ouder begint te worden, zal je uithoudingsvermogen verminderen. Veel mensen die boven de dertig komen, zullen stoppen met trainen als ze vinden dat ze te weinig uithoudingsvermogen krijgen. Dit is verkeerd. Het fysieke lichaam verandert, maar het geestelijk uithoudingsvermogen van iemand die de krijgskunst beoefent, zou niet mogen verminderen. Geestelijke training wordt almaar intensiever.

 

Als zijnde een man die bezorgd is om zijn eigen onvolmaaktheid, heeft Shihan Suzuki deelnemers naar de titel Wereldkampioen toe laten werken. Alhoewel ‘kampioen’ absoluut geen definitie voor perfectie is, heeft Shihan Suzuki veel atleten begeleid naar de top van perfectie. Eén van Shihan Suzuki’s studenten, Victor Charles uit Groot-Brittannië, was de wereldkampioen. Na vijf of zes jaar kwam Victor bij Shihan Suzuki en zei: “Nu begrijp ik het. Karate is niet alleen iets lichamelijks, het is ook geestelijke training.” Shihan Suzuki vertelde Victor dat hij nu pas was begonnen te begrijpen wat de waarheid achter karate is. Victor begreep toen niet alleen de lichamelijke uitdaging van karate, maar ook de belangrijkheid van geestelijke training. Lichamelijk gezien maken correcte bewegingen een deel van de training uit, maar een sterke geest te behouden maakt ook deel uit van het complete vechtkunstpakket. Mentale training is altijd nodig. Alleen wereldkampioen zijn, is niet genoeg.

 

Dôjô

 

Het karate in de Dôjô, het karate in een strijd en de karate training gedurende een heel leven zijn compleet verschillend van elkaar. Wedstrijd karate is niet hetzelfde als de vechtkunsten die in een Dôjô worden aangeleerd. Zelfs als iemand maar even licht aangeraakt wordt, zullen velen tijdens een wedstrijd al een waarschuwing ontvangen. Maar als je op straat loopt en je jezelf moet verdedigen, dan kun je maar beter uitkijken als alles wat je te bieden hebt een lichte aanraking is.

 

Een belangrijk ingrediënt voor het ‘sportieve’ karate is controle. Op de mat zijn er geen regels nodig. Toen Shihan Suzuki jong was, waren er nog helemaal geen regels binnen het karate. Toen was een wedstrijd gebaseerd op neerslaan, afmaken met een knock-out en dan was het gevecht voorbij. Degene die dan nog overeind stond, was de winnaar. Zonder regels kan van alle mogelijke technieken gebruik worden gemaakt: aanvallen naar het hoofd, naar de ogen, naar het kruis, alles was toegestaan. Dit was erg gevaarlijk. Als we op deze manier zouden zijn doorgegaan met het beoefenen van karate, dan zouden er vandaag de dag niet zo veel mensen meer in karate geïnteresseerd zijn. Dat was de reden waarom wij regels moesten ontwikkelen.

 

Nu klagen we vaak weer over hoe de regels onze traditie binnen het karate veranderen. Mensen trainen om in een toernooi te kunnen presteren, niet om zichzelf te vervolmaken in de krijgskunst. We zullen constant met deze twee kwesties worstelen, we moeten erkennen dat wedstrijdkarate niet hetzelfde is als datgene wat we in de Dôjô zouden moeten trainen. Beide vormen hebben een doel en zijn maar op weinig manieren aan elkaar gerelateerd. We zouden onszelf niet moeten opgeven voor alleen de sport, op die manier zullen we de traditie van karate verliezen. Sport vormt een perfecte uitlaatklep voor de jongeren en het vereist een zekere geestelijke sterkte om je zelfbeheersing te bewaren.

 

Eén onderdeel binnen het wedstrijdkarate waar Shihan Suzuki erg wantrouwig over is, is wedstrijd kata. Hij heeft vele veranderingen in de moderne prestatie van kata in wedstrijdverband waargenomen. De meeste mensen voeren een soort show op. Ze denken helemaal niet na over wat nu de bedoeling van een beweging is. Kata is een prachtige vorm van training. Het is absoluut geen gemakkelijke oefening, en het is ook niet het enige onderdeel van een training. Het zou niet van de vechtkunst los moeten staan. Toch zien de meeste mensen kata als kata en vechten als vechten. Er zijn vandaag de dag te veel mensen die kata van kumite scheiden. Kata wordt uit het hoofd geleerd en niet beleefd. Kata wordt gepresenteerd, maar blijft toch ongebruikt. In wedstrijdverband is kata meer een show geworden, het is geen gevecht meer. Dit is helemaal verkeerd.

 

Shihan Suzuki’s filosofie

 

Iemand die karate beoefent, kan niet alleen maar het lichaam trainen om vooruitgang te boeken. Het is erg belangrijk om juist ook je geest te trainen. Spanning, ontspannen. Kracht, ontspannen. Je kunt er niet alleen maar over praten en het dan weten. Je zou dit idee elke dag in je oefeningen moeten verwerken. Op een gegeven moment zou je meer snelheid en kracht in je oefeningen moeten verwerken. Op deze manier zal door middel van concentratie je kracht vergroot worden. Als je gedurende de training constant gespannen bent, zul je erg snel moe worden en zul je al snel al je energie verbruikt hebben. Probeer in plaats daarvan te leren en te begrijpen hoe je kracht kunt maken en hoe je moet ontspannen zodat je het langer vol kunt houden dan iemand anders. Deze kracht komt vanuit je centrum en wordt versterkt door je ademhaling. Bij dit onderdeel van de training moet worden nagedacht. Veel mensen trainen hun geest helemaal niet. Zij gebruiken alleen maar hun lichaam. Iemand die karate beoefent, kan niet alleen maar het lichaam trainen om vooruitgang te boeken. Het idee van kracht, ontspannen, kracht, ontspannen, is dan ook een proces dat zich in je hoofd afspeelt, vandaar Shihan’s lessen over mentale kracht.

 

Toen Shihan Suzuki in China was, gaf een 67 jaar oude Chinese kata -kampioen voor hem een demonstratie. Shihan Suzuki geeft toe dat hij zich erg schaamde voor zijn eigen kata. Van het begin af aan gaf zijn hele wezen van iedere beweging een duidelijke omschrijving. Ik begreep alles wat hij aan het doen was – iedere richting, iedere beweging – hij beleefde het kata zo levendig, iedere techniek was zo strak dat ik daarin ook nog zijn tegenstander kon zien. Zijn kata leefde. Het Japanse kata was dood. Er was niets of niemand dat zich met deze man kon vergelijken. Het was prachtig. Alles wat hij deed – timing, balans – langzaam, en dan weer snel – net als muziek. De melodie van zijn kata was prachtig en had het juiste tempo om het te kunnen begrijpen.”

 

Kata is belangrijk – erg belangrijk. Wado kata is erg strak, maar heeft korte bewegingen. Als het Wado kata niet strak wordt uitgevoerd, gaat het ten onder. Alleen maar lesgeven in techniek is niet goed. Techniek is niet het enige waar het om gaat. Een leerling moet zich voorstellen dat er een tegenstander bij is. Waakzaamheid is nodig in een gevecht. Het kata moet gereedheid voor iedere beweging in het patroon laten zien. Shihan Suzuki leert je meer dan techniek. Tempo en timing, langzame en dan snelle bewegingen die met spirit worden uitgevoerd, geven leven aan het kata, geven leven aan de tegenstander waar je mee aan het vechten bent in het kata. Constant dezelfde snelheid aanhouden bij alle bewegingen zou je dood betekenen; dan zou de tegenstander gewonnen hebben.

 

Gedurende het hele kata moet je je tegenstander aan blijven kijken. Je moet die tegenstander gedurende het hele kata in gedachten houden. Shihan Suzuki houdt in kata altijd als tegenstander ‘degene die zijn ouders, zijn zuster en zijn broer heeft vermoord (of nog erger), en die nu hemzelf opwacht’ in gedachten. Achter de vijand zijn er altijd nog drie of vier andere mensen die vijand zijn. Shihan Suzuki valt hun allen aan met deze achtergrond in zijn gedachten. Kata moet de tegenstander tot leven laten komen, het kata zelf moet leven. In kata moet fantasie aanwezig zijn en je moet jezelf en anderen ervan overtuigen dat je in het kata aan het vechten bent. Hanshi Suzuki zegt tegen zijn leerlingen: “Wado is de economie van beweging – heupen, schouders, handen – en wel om de grootste kracht vanuit het centrum te verkrijgen.” Shihan Suzuki heeft deze kennis aan al zijn leerlingen gegeven en hij is er ook mee doorgegaan de technieken in kumite patronen te verwerken. In Wado zijn geen over(bodige) bewegingen. Korte bewegingen zijn nodig, en die moeten heel voorzichtig worden uitgevoerd. Dit moet in de basis, Kihon aan de beginners worden aangeleerd. Wado technieken zijn precies, gedetailleerd en strak. Heupbewegingen komen vanuit het centrum van je balans. De bewegingen zijn snel, strak en gedefinieerd. Het bereik van de bewegingen wordt geconcentreerd binnen een bepaalde afstand.

 

Over Wado

 

 

Soke: Wado-ryu Karate-jutsu

O-sensei / Professor Hironori Ohtsuka, Meijin

 

Vlak voor zijn dood heeft de grondlegger van het Wado, Professor Hironori Ohtsuka Meijin, Shihan Suzuki bij zich geroepen en aan hem gevraagd of hij zijn zoon wilde helpen bij het in stand houden van de ‘stijl’ binnen de organisatie, zodat die niet na zijn dood verloren zou gaan. Shihan Suzuki heeft geprobeerd om de zoon van zijn Sensei te helpen, maar de zoon was niet bereid te luisteren naar wat Suzuki te zeggen had. De Sensei’s zoon heeft veel van de techniek en ook van het kata verandert. Shihan Suzuki weet echter wat hij heeft geleerd. Het kata moet in ieder geval hetzelfde blijven. Shihan Suzuki beoefent iedere dag wat zijn Sensei hem geleerd heeft.

 

Op dit moment combineert hij coachen en training met het schema van zijn eigen dagelijkse training. Volgens Shihan Suzuki maken de mentale en lichamelijke waarden deel uit van dezelfde discipline: karate. Karate heeft met menselijke wezens te maken en met menselijke relaties. Shihan heeft ooit eens gezegd dat hij vindt dat alle grote mannen ook heren moeten zijn. De ervaring heeft ons geleerd dat hij altijd als eerste bezorgd is om het comfort van anderen en zich op de tweede plaats pas zorgen maakt om zijn eigen comfort. Zijn trainingen en maatstaven zijn vaak ruw, maar zijn manier van doen buiten de Dojo is juist heel zachtaardig. Trainen heeft hem altijd goed gedaan, en zijn koele blik in de Dojo wordt daarbuiten maar zelden gezien.

 

 

We hebben Shihan Suzuki gevraagd hoe karate beoefend zou moeten worden. Hij benadrukte dat goede manieren altijd de basis moeten zijn, vóórdat een leerling kan beginnen met zijn studie. Hij vindt dat Wado leraren erop moeten staan dat leerlingen in de krijgskunst als eerste etiquette en manieren aannemen als deel van alle aspecten van het dagelijkse leven. ‘Loyaliteit’ aan de leraar is nodig voordat een leerling iets kan leren. Als je in de Dôjô traint, moet je respect hebben voor de anderen in de groep, om je persoonlijke groei en ontwikkeling te kunnen bewerkstelligen. ‘Trouw’ aan de stijl die je beoefent, is natuurlijk ook belangrijk. ‘Wado’ betekent: de weg van de vrede. Te leren om vrienden te krijgen in de training is de kern van de zaak om wereld vrede te maken.

 

 

O-sensei / Professor Dr. Tatsuo Suzuki, 76ste verjaardag